Enkele weken geleden was ik uitgenodigd voor een samenzijn met een groep mensen die ik nauwelijks ken. Wij zaten die avond in een prachtige ambiance samen aan een diner. De telkens wisselende tafelschikking zorgde ervoor dat we bij iedere gang in ander gezelschap zaten. Nou ben ik van nature een echte vragensteller. Niet dat het mij altijd om de antwoorden gaat. Door het stellen van vragen geef je mensen aandacht. Bijvangst is dat er een gesprek op gang komt. Het is soms ook meer om erachter te komen wat er in iemands leven gebeurt en wat de drijfveren van iemands doen en laten zijn. Wat mij altijd opvalt is dat wanneer je mensen bevraagt, deze doorgaans heel graag antwoord geven. Vaak zitten mensen vol van hun eigen leefwereld, overtuigingen en meningen. Ze gaan vervolgens helemaal op in hun eigen waarheden en dan wordt er vaak vergeten een tegenvraag te stellen. Zo zat ik die avond aan tafel met ‘een zakenman in ruste’ die na zijn pensionering een eigen adviesbureau was gestart. Hij had meer dan 75 adviseurs in dienst. Toen ik hem vroeg of hij zelf ook openstond voor advies gaf hij aan: “Alleen als iemand mij een beter advies kan geven dan dat ik zelf zou geven”. Ik ga ervan uit dat deze wijze man feedback als een geschenk ziet. Aan een andere tafel vroeg ik aan de heren: “Welke mannen zitten hier bij mij aan tafel? Wat doen jullie in jullie leven en wat doen jullie niet (meer)? Er kwam ook hier weer een leuk gesprek op gang. De avond vloog om en ik was nog lang niet door mijn vragen heen. Eenmaal op weg huiswaarts realiseerde ik me echter dat ikzelf nauwelijks een wedervraag toegespeeld had gekregen. Niet erg hoor, ik ben getrouwd. Ik ben gewend om te luisteren 🙂 Ik moest denken aan een uitspraak van Herman Finkers. Toen deze enkele jaren geleden ziek werd zei hij tijdens een conference: “Toen ík ziek werd hoorde ik wat ánderen mankeerden”. Met andere woorden . . . mensen vragen aan je hoe het met je gaat en vervolgens vertelt de vragensteller zijn eigen verhaal. En soms slaat de verteller veel zijstraten in waar je niet op zit te wachten. Ik ben dan ook nooit te beroerd om te zeggen: “Doe mij maar de korte versie”. Uiteraard ben ik ook maar een mens en zit ik van tijd tot tijd zelf op de praatstoel. Toch realiseer ik me dat wanneer je het recht meent te hebben om te spreken je ook de plicht hebt om te luisteren. Of zoals een oude Chinese wijsheid luidt: ‘De reden dat mensen twee oren hebben en maar één mond is dat het dubbel zo moeilijk is om te luisteren dan om te spreken’.
Tinder
In gesprekken met mijn bruidsparen stel ik natuurlijk altijd de vraag: “Waar hebben jullie elkaar leren kennen?”. Zou een trouwambtenaar deze vraag 50 jaar geleden hebben gesteld, zou het antwoord vaak hebben kunnen luiden: “Op de kermis of tijdens het huwelijksfeest van mijn broer of zus”.
Zo ging dat vroeger. Er waren maar weinig gelegenheden in een jaar waarop jonge mensen elkaar konden ontmoeten en waarbij het liefdesvonkje de kans kreeg vlam te vatten. De term ‘dubbele familie’ kwam toen dan ook vaak voor. Ván een goede bruiloft kwám een goede bruiloft.
Sinds Tinder zijn intrede heeft gedaan is dubbele familie een zeldzaamheid geworden. Jonge mensen swipen zich een slag in de rondte. Alles is te krijgen: op kleur, op lengte en op gewicht.
Onlangs zei een bruidegom: “Op mijn Tinder-profiel had ik een zoekfunctie van 10 km. aangegeven want met míjn uiterlijk moest het zeker lukken om binnen die straal een goed ogende schoonheid te vinden”. Of het hem gelukt is? Jazeker, ze is niet alleen mooi maar ook zeer sympathiek. Ik mag hen in het najaar trouwen.
Hij vertrouwde me verder nog toe: “Een vriend van mij moest echt in een veel grotere straal zoeken. Zijn filter gaf een reikwijdte van liefst 100 km. aan. Als je niet vooraan hebt gestaan toen moeder natuur de knappe koppen en welgevormde lichamen uitdeelde, moet de zoekfunctie soms zelfs over landsgrenzen gaan, wil je nog kans maken op succes.
Dit zijn toch allemaal vertelsels waarbij ik lichtelijk mijn wenkbrauwen op trek.
Mijn man heb ik leren kennen op de biljarttafel van café de Kleine Winst hier in het dorp. We zaten met de rug naar elkaar en draaiden heel toevallig op hetzelfde moment onze gezichten naar elkaar toe en raakten in gesprek. Binnen één uur werd mijn hart en mijn instinct geraakt. Natuurlijk wist ik ook wel dat wanneer je op zoek bent naar een knappe jonge God je meer kans maakt bij de Kleine Winst dan bij de Heemkundevereniging. Dus bij die laatste heb ik nooit gezocht.
Tijden veranderen en dat is maar goed ook. Ik kan die jonge mensen van nu goed volgen. Veel van de mensen die ik trouw hebben elkaar leren kennen via het digitaal kanaal. Je geeft aan waar je naar op zoek bent en Tinder regelt dat je het krijgt. Iedere generatie heeft zijn eigen ‘zoekfunctie’.
Ik vraag me alleen af hoe dit alles zich gaat ontwikkelen.
Ik moet denken aan mijn HelloFresh pakket dat ik drie keer per week thuis bezorgd krijg. De ingrediënten, de kruiden en de receptuur vormen een totaalpakket. Zo leer ik nieuwe smaken waarderen. Het leven proeft iedere dag een beetje anders.
Zou dát misschien toekomst worden in datingland? Iedere week iets nieuws thuis laten bezorgen en als hij of zij niet bevalt: geen probleem . . . . het is wekelijks opzegbaar.
Ik kijk naar buiten, mijn ega ligt lekker in de tuin te genieten van zijn favoriete muziek. We zijn 36 jaar verder. Ik bekijk ‘m en denk: je bent nog steeds een interessante man. . . . ik ga het abonnement verlengen!
Maastricht-Parijs
Even twijfelde ik . . . ga ik een cursus mindfulness doen of spring ik op de fiets om het koppie leeg te krijgen? Ik koos voor het laatste. Op de fiets heeft het hoofd geen last van keuzestress. Er zijn maar vier opties: linksaf, rechtsaf, rechtdoor of afstappen. Vorige week woensdag vertrok ik samen met Thijs op de fiets naar Parijs. In de best denkbare omstandigheden, met de zon in de ogen en de wind in de rug, fietsten we in 6 dagen naar de stad van de liefde. Een stad die zich de laatste maanden niet van zijn meest amoureuze kant heeft laten zien. Ik was onder de indruk van alles wat ik onderweg zag. De provincie Luik waar iedere tuin op een milieustraat lijkt. De provincie Namen met de prachtige kasteelboerderijen, het glooiende Noord-Franse landschap met de immens grote koolzaadvelden. De natuur onderweg was adembenemend mooi, de vergezichten magnifiek. We hebben 500 km. gefietst en geploeterd inclusief de omzwervingen en nachtelijke dwalingen. Eén groot avontuur was het. De tocht leidde ons langs mooie authentieke dorpjes met een hoog Eynderhoofgehalte. De bewoners leken vaak ‘in ruste’. Geen winkels, geen restaurants, luiken en deuren dicht, soms een tikkeltje saai. Drie avonden zijn we zonder warm eten naar bed gegaan . . . Het lijf had vaak meer behoefte aan rust dan aan eten. Ik kuste de voeten van de boulanger die nog un pain voor ons had liggen. De levendigheid in de dorpjes ligt ver beneden het Nederlands niveau. Thijs was mijn guide. Hij wist ons via de stand van de zon altijd weer in de goede richting te duwen. Hij spreekt de taal, ik ken alleen de woorden. Bij de patissier maakte ik de grootste blunder. Ik meende te vragen: “Heeft u ook een ijsje?” . . . maar mijn woorden bleken “U bent een gletsjer” te betekenen. Toch goed dat me dit ver van huis gebeurt. Ik kan het iedere fietsliefhebber aanraden. Vraag jezelf niet af of je het kunt, stap de fiets op en begin er gewoon aan. De weg is het doel, Parijs daadwerkelijk bereiken is bijvangst.
Vrouwenvriendschappen
Wat zijn ‘vrouwenvriendschappen’ toch bijzonder. Ik voel me rijk, want er zijn veel vrouwen die ik ‘mijn vriendin’ mag noemen. Vrouwen die mijn leven veraangenamen. Met ieder van hen voel ik een sterke band die wat mij betreft een leven lang mag duren. Vrouwen herkennen veel van zichzelf in een andere vrouw. Ze schromen niet om tijdens gesprekken snel de diepte in te gaan en durven ook hun kwetsbaarheid aan elkaar te laten zien. Dan rijst natuurlijk de vraag: “Staat kwetsbaarheid gelijk aan zwakheid?”. Nee, wat mij betreft zeker niet. Het is heerlijk om ook die broze kant van jezelf aan de ander te laten zien. Net hierin ligt de uitnodiging voor de ander, om hetzelfde te doen en nét zó ontstaat vriendschap.
Het is heerlijk om je gedachten en hersenspinsels te delen met een andere vrouw, je veilig te voelen om zó te ervaren dát wat jezelf voelt geen onbekend gevoel voor de ander is. Vrouwen komen in hun vriendschappen graag ‘op adem’ bij elkaar. Mannen daarentegen zijn geneigd het meer concreet te houden. Hebben meer op met feiteninformatie terwijl vrouwen meer varen op gevoelsinformatie. Uit de mond van cabaretier Ronald Goedemondt hoorde ik laatst: “Vrouwen zijn altijd op zoek naar geluk en mannen zoeken naar een passend HDMI-kabeltje”. Ik denk dat hij daarmee beide geslachten tekort doet.
Ik heb vriendinnen en vrouwenclubjes die ik met regelmaat zie. Vrouwen die hun zielenroerselen durven te delen met elkaar en die geen last hebben van het ‘ik-ook-syndroom’. Vrouwen die elkaar scherp houden, elkaar ‘zien’ en accepteren, boeiend blijven, elkaar soms over de streep trekken en in staat zijn om actief te luisteren en dóór te vragen tot aan de kern. Wat zijn vrouwenvriendschappen toch waardevol.
Als surplus heb ik een mán waarmee ik al meer dan 30 jaar mijn leven deel. Een man met óók mannenvriendschappen. Wat een voorrecht, het zijn mannen waarmee ik het heel goed kan vinden. Die geen onderwerp onbesproken laten . . . . en net als vrouwen de verbinding zoeken.
Vandaag las ik een artikel waarin men beweert dat intense vriendschappen je geestelijke en lichamelijke welzijn bevorderen. “Als je hechte banden met je vrienden onderhoudt functioneert je immuunsysteem beter.” Dat lijkt me té mooi om waar te zijn . . . ik zou willen dat dit waar was. Het voegt in ieder geval enorm toe in mijn geluksgevoel!
TATTOO
Ik zit in de trein richting Utrecht en bezoek vandaag mijn jongste dochter Emme. Mijn kleine meisje is nu een volwassen vrouw met een banksaldo . . . en dat ga ik vandaag ervaren. Vanmorgen stuurde ze me al een whatsapp met een foto: “Kijk mam, in dit restaurant gaan wij vanavond eten. Ik betaal alles”. Dit zijn momenten waarop ik denk: het is oogsttijd.
Mijn dochter woont al geruime tijd in ‘de grote stad’ en komt zelden nog naar het dorp waar haar jeugd zich afspeelde. “Saai mam . . . Utrecht, dat is nu me stadsie”. Ik kan er me alles bij voorstellen want als je midden twintig bent moeten er nog veel akkers ontgonnen worden.
Vorige week stuurde ze me een filmpje waarop ik zag dat er een tattoo op de gave huid van mijn meisje werd gekrast. Ik dacht terug aan de tijd waarop ik haar tere kinderhuidje met moederlijke aandacht verzorgde, bang dat mij een schram of litteken aan te rekenen was. De man van de tattooshop was een lopend kleurenpalet, zo zag ik op het filmpje. Hij geeft tegen betaling kleur aan andermans lijf en ledematen.
Emme vraagt naar mijn mening over haar armdecoratie. Ik ben echter nog meer benieuwd naar de symboliek van het grote hart met de twee gezichten. “Mam, dat zijn pappa en jij die na zoveel jaren nog steeds verliefd zijn op elkaar”. Nu krijgt ze me stil. Ik voel zelfs een prikkeling in mijn ogen. De betekenis raakt me. Ik vind het teveel eer want ook bij ons is er, buiten oud en nieuw, wel eens vuurwerk. Niet erg, want we komen elkaar altijd wel weer tegen. Dankbaar ben ik dat mijn jongste dochter mijn man en mij zo’n prominente plaats op haar lichaam gunt.
In Utrecht sjok ik gedwee achter haar aan en geniet ik intens van de bruisende sfeer. Zïj wijst mïj nu de weg. Nog niet zo heel lang geleden waren de rollen omgedraaid. Ik kan gelukkig goed mee bewegen met de keuzes die mijn dochters maken. En wanneer dat even niet lukt moet ik gewoon wat beter mijn best doen. De kunst van het leven is meebewegen als het leven beweegt. De ene dag lukt dat wat beter dan de andere. Vandaag gaat me dat wonderwel goed af.
JEUGD
Op deze vroege zondagochtend stapte ik in wielertenue op mijn racefiets. Al gauw haalde ik een fietsende man op hoge leeftijd in. Hij uitte zijn verbazing over de snelheid van mijn inhaalmanoeuvre. “Jij fietst er nogal lekker overheen” gaf hij me na. Waaraan hij, nog harder, toevoegde: “Jeugd”. En daar bedoelde hij mij mee. De man wist niet half hoe gelukkig hij me maakte.
Tja, het leeftijdsverschil tussen hem en mij bedroeg meer dan 25 jaar. In mijn voordeel. Of mag ik dat zo niet stellen? Als je midden 50 bent word je zelden nog nageroepen. Laat staan nagefloten. Oké, een bouwvakker met een oogafwijking wil zich nog wel eens vergissen. Ik concludeer echter dat mijn rozenknopjaren achter mij liggen. Ik heb ze goed besteed!
Ik heb lang gemeend dat jeugdigheid alleen iets te maken heeft met je paspoortleeftijd. Dat is niet zo. Het heeft vooral veel te maken met hoe je in het leven staat en hoe je je dagen vult.
Ik heb het voorrecht om in mijn werk als trouwambtenaar veel gesprekken te voeren met jonge mensen. Mensen die op het punt staan JA te zeggen tegen elkaar. Mensen die in de gloriejaren van hun leven zitten. Want dát zijn toch je topjaren: als je jong en verliefd bent en vooral ook als je zeker meent te weten dat dit altijd zo zal blijven.
Ik luister altijd met aandacht naar wat de huwelijkspartners me vertellen over het verloop van hun leven. Over verliefd zijn, over vriendschappen, over het nest waarin ze zijn geboren en vooral over hun leven samen en de verwachtingen die ze daarbij uitspreken. ‘Vol verwachting klopt hun hart’ en ook dat van mij. Want wat is het heerlijk om bij jonge mensen die gretigheid te zien, dat reikhalzend uitkijken naar wat het leven nog voor hen in petto heeft. Ik herken mezelf in hen, wetende dat het leven grotendeels nog over hen heen zal gaan. Dat zij van tijd tot tijd in het licht zullen staan en met enige regelmaat ook in de schaduw.“Youth, a foolish age” hoorde ik onlangs een 85-jarige zeggen. Ik weet niet of ik jeugd zo ‘foolish’ vind. Eerlijk gezegd… wat zou ik graag nog een beetje ‘foolish’ willen zijn. Misschien dat die man op de fiets, die mij ‘jeugd’ nariep iets in mij zag dat ik zelf meende al een beetje kwijt te zijn.
Ik schakel nog snel een tandje bij……
Vijf jaar later
Hoe toevallig. Net vandáág krijg ik een mail binnen van het bruidspaar dat ik precies 5 jaar geleden mocht trouwen. Mijn eerste bruidspaar welteverstaan. Net zíj herinneren mij eraan dat ik als trouwambtenaar mijn eerste lustrum te pakken heb. Ik kan me nog goed herinneren dat ik hen tijdens het kennismakingsgesprek vroeg: “Is dit jullie eerste huwelijk?” waarop zij toen antwoordden: “Jazeker, wij zijn nog nooit eerder getrouwd”. Mijn reactie: “Dan hebben we samen wat te vieren want jullie huwelijk wordt ook mijn eerste huwelijk als trouwambtenaar”.
Ik vind het heerlijk van hen te horen en te vernemen hoe het met hen gaat. Ze schrijven oprecht en eerlijk dat ze nog steeds gek zijn op elkaar en dat ze open naar elkaar uitspreken dat hun liefde in die 5 jaar wel anders is gaan voelen. “Je leert steeds meer over elkaar en ook over elkaars gebreken” zo lees ik in hun mail.
Tja, daar wordt de spijker op z’n kop geslagen. Er komt een tijd dat er geen rozenblaadjes meer op het bed liggen en dat je niet iedere dag hoort dat je zo heerlijk ruikt of er onweerstaanbaar mooi uitziet. Ik moet even diep graven…..
Volgens mij ligt daar ook niet de essentie van een relatie. Het zit ‘m niet in dat wat je zegt. Het zit ‘m in hoe je dat laat zien. Als alles goed is laat je elkaar tot bloei komen en zorg je dat de ander zichzelf blijft zien.
Hou je elkaar vast, als het leven zich van zijn zwarte kant laat zien, of loop je net dán weg? Het leven wrijft en schuurt en het komt van tijd tot tijd in volle kracht over je heen. Het vormt je als persoon maar ook als koppel. Het is makkelijk zeggen: “ik hou van jou” maar hóe je dat doet is vele malen belangrijker dan de keren dat je het uitspreekt. En dan pak ik toch even terug op de woorden van mijn vader die ooit resoluut zei: “Haoje van, det hoofdje neet d’n hieele tieed te zegke, det môjje gewoeen doon!”.
Gisteren las ik in een artikel dat 41% van de huwelijken uiteindelijk strandt. Ik vraag me af waar dat aan ligt. Heeft het verlangen om constant gelukkig te zijn onze realistische kijk op het leven vertroebeld? Geluk zou toch bijvangst moeten zijn en geen doel op zich? Wellicht worden we net gelukkig van de gedachte dat we niet de hele tijd gelukkig hoeven zijn. De minder mooie kanten van een relatie ontvluchten of wegpoetsen is je verstoppen voor de werkelijkheid. Wanneer je JA zegt tegen elkaar dan zeg je JA tegen het hele pakket en niet alleen tegen het attractieve stuk van je partner.
Tijdens een ceremonie stel ik altijd de vraag of er nog gasten zijn die het bruidspaar een tip mee willen geven voor een lang en gelukkig huwelijk.
Vorige week nam de vader van een bruidegom het woord en trapte een open deur in: “De sleutel van een goed huwelijk zit ‘m in het besef dat je moet geven en nemen, wetende dat je altijd méér moet geven”.
Ik vroeg toen maar gelijk aan zijn partner of zij óók gewend was om meer te geven. Zij knikte bevestigend……..
THERE’S ONLY HERE THERE’S ONLY NOW
“These are the days” zong Van Morrison in 1989. Een meesterlijk lied met de wijze woorden: “There’s only here there’s only now”. Dit nummer is een van mijn favorieten en heb ik al vaak gehoord. Echter nu geef ik er een bijzondere betekenis aan. Zelden was mij zo duidelijk dat het leven “hier en nu” geleefd moet worden en niet “daar en dan”. Vorige maand is mijn broer overleden . . . dat waar ik nooit rekening mee hield gebeurde. Zo maar, onder onze ogen. Hij was een bijzonder lieve man, die zich enkel en alleen bezighield met waar het écht om draait in het leven. Hij was een broer zoals iedereen er zich een zou wensen. Hij had niet veel op met materiële nikserigheid of met uiterlijk vertoon. Hij was een man met een zuiver moreel kompas. Hij hield van het leven, van zijn partner, van zijn bomen, van de natuur en van zijn inner circle.
Het voelt bizar om iemand te verliezen uit je eigen bloedlijn. Iemand die samen met je jong was en met wie je dacht ook samen oud te worden. Iemand die altijd vredig nabij was. Toen ik jong was zei mijn vader vaak: “Gae komptj dur nog waal achter”. Ik ben erachter… Je maakt je zorgen om het één en dát waar je geen rekening mee houdt gebeurt. Ik zie het om me heen . . . het leven slaat mensen soms hard om de oren.
Meer dan ooit voel ik levensdrift, heb ik drang om bewust invulling te geven aan de uren en de dagen. Daar bedoel ik niet mee om altijd onderweg te zijn en stad en land af te reizen, bang om iets te missen. Nee, daar bedoel ik mee: denken vanuit vrijheid en dát doen wat bij je past. Niet altijd denken te moeten doen zoals het hoort want dan hóéf je niet meer te denken. Ik omring me graag met mensen die dit gedachtegoed met me delen.
Ik draai me vaak om en loop met gepaste tred verder wanneer mensen ervoor kiezen “zeurzender” te zijn.
Het leven van een mens is wat zijn gedachten ervan maken. Het lijkt er dus op dat je deels je gedachten kunt sturen. Onlangs las ik dat een mens laatjes in z’n hoofd heeft. Laatjes waar je je verdriet in bewaart en laatjes die overlopen van geluk. Laatjes waar je je kracht in verzamelt en laatjes waar jouw onzekerheden zich schuilhouden. Je kunt de laatjes open of dicht schuiven. Kiezen om ze te openen en anderen kennis te laten maken met de inhoud of kiezen om ze tijdelijk dicht te laten en de inhoud alleen te delen met jezelf. Het staat een mens vrij wanneer hij schuift met z’n laatjes.
Naarmate ik ouder word merk ik dat ik vooral blij ben met wat er is en voel ik dankbaarheid voor wat er was. Stilstaan bij dát wat had kunnen zijn is verspilde tijd want: “There’s only here there’s only now”.
Niets vermoedend begon ik te lezen . . . . . .
Toen ik de laatste regels van dit artikel in het RTL-weekend magazine las dacht ik bij mezelf . . . “ik heb toch op 7 oktober ene Daphne en Mark getrouwd”. Dat zijn momenten waarop ik bij mezelf denk “Rustig binnen laten komen en glimlachen”.
Bruiloft volgens het boekje: ‘Met 10.000 euro redden we het niet’ Daphne Zegers (27) trouwde op 7 oktober met haar Mark waakte als een havik over het bruidsbudget. Uiteindelijk kwamen ze – met een draaiboek van 13 pagina’s en veel keuzes maken – uit op zo’n 15.000 euro. “Ik heb alles zelf gepland. Niet alleen om op de kosten te letten, maar vooral omdat ik het zo leuk vind. Via een bruidsgroepje op Facebook kwam ik veel slimme bespaartips tegen, zoals Aliexpress. Hier kocht ik een haarsieraad voor 1,89 euro, terwijl je in de winkel al gauw 80 euro betaalt. Bij alles hebben we de keuze gemaakt: is het echt voor een keer of hebben we er langer plezier van? De trouwringen die we kozen waren bijvoorbeeld 3000 euro, veel meer dan we hadden verwacht. We hebben daarom de trouwauto geskipt. Dat kon ook prima, want we trouwden op een mooi kasteeltje in Limburg. We bleven daar de hele dag, dus vervoer was niet echt nodig. Onze kleding kregen we cadeau van onze ouders en Marks oma. Dat hielp wel om in de buurt van ons budget te blijven. Het meeste geld ging op aan de locatie en de luxe catering daar: zo’n 8100 euro in totaal. Dat draaiboek heeft uitstekend gewerkt, want ik heb echt genoten op de dag zelf. Het mooiste was de speech van de BABS, de bijzonder ambtenaar van de burgerlijke stand, die was zo persoonlijk. Het was echt onze dag.”
Vriendschap
Wat is het toch een bijzonder iets . . . een familieband. Hoe komt het dat in sommige families het geluk in de onderlinge verstandhoudingen niet op kan en het binnen andere families vaak kommer en kwel is? Waar zit ‘m de crux? Wat is het toverwoord voor een goede verstandhouding? Volgens mij is dat er gewoonweg niet. Toch, onlangs op een familiedag, gooide ik dit onderwerp eens in de groep. Hoe komt het dat onze band zo aangenaam is? Als antwoord kreeg ik: ‘Omdat …we elkaar altijd de ruimte geven, ruimte om onszelf te zijn wanneer we samenzijn. Altijd geïnteresseerd in wat de ander te zeggen heeft en altijd luisteren zonder oordeel. Zeggen wat je van iets vindt zonder je te hoeven verdedigen’. Tja, als dat de basis vormt van samenzijn, dan hunker je naar die ontmoetingen.
Ik heb een broer en zus waarmee ik me graag omring. Zij hebben partners die toevoegen in ons familiegeluk. Mijn schoonfamilie is groot. Mijn man komt uit een gezin van zes zonen en één dochter. Allemaal mensen waar ik een zeer plezierige band mee heb. Hun partners zijn stuk voor stuk boeiende mensen. De onderlinge verbondenheid voelt comfortabel. We zoeken elkaar op zodra daar behoefte aan is en we laten elkaar vrij als dat beter is. Familie betekent voor mij méér dan een bloedband; het betekent vooral ook vriendschap.
‘Vriendschap is een illusie’ zong het Goede Doel al heel veel jaren geleden. Ik ben het daar niet mee eens. Naast mijn familie vormen mijn vriendinnen (lees hier ook vrienden) een ‘gelukslaagje’ in mijn leven. Zij maken me beter bestand tegen de hindernissen die er te nemen zijn in dit leven.
Met vrienden kun je delen, álles delen. Ze zijn betrouwbaar, geven eerlijk advies en sturen je bij. Van vrienden leer je, je weet hoe ze over dingen denken en dat geeft je het inzicht om ‘t op sommige momenten op hun manier te doen. Ze zetten je recht als dat nodig is. Ik voel me gezegend en beschouw velen om mij heen als vrienden.
Zo zat ik deze zondagmorgen weer met mijn fietsdames op onze stalen rossen. Wanneer je naar onze outfit kijkt zou je denken dat we regelmatig de nodige colletjes bedwingen. Het is niet wat het lijkt . . . met hen verzink ik graag, in bermen en bossen, in diepgaande gesprekken. Ik heb ooit gezegd dat vrienden van nu de kerkgang van vroeger vervangen. Je kunt je aan je geloof vasthouden maar nog liever hou ik me vast aan goede vriendschappen.
En toch is niet iedere vriendschap bedoeld een leven lang te duren. Onlangs sprak ik hier met een jong koppel over. Wat betekent vriendschap voor jullie? Loyaliteit, warmte, aandacht…. maar soms loopt een vriendschap af. Dan staat je nog maar één ding te doen: Met achting je hoed afnemen en de ander bedanken voor alles wat in de vriendschap voor ieder van waarde is geweest.
Vriendschap is vrijheid in verbinding. Niet claimen en niet trekken, de ander vrij laten en zuinig zijn op je eigen vrijheid. Vriendschap is géén illusie, althans dat is míjn conclusie!